Ik ben Peter Breuls. Ik schrijf webapplicaties in PHP, filmreviews en onregelmatig iets op deze weblog. Welkom!
Onder de naam Devize ben ik beschikbaar als developer of consultant voor websites of webapplicaties.
Ik ben werkzaam als Administrator bij online community FOK! en als Lead Developer bij frontoffice-leverancier SIMgroep.

Vijf jaar later

about:breuls5 reacties

2004 was een bijzonder jaar. Een gemengd jaar. In dat jaar besloot ik mijn opleidingstraject te laten voor wat het was. Nadat ik twee jaar eerder gestopt was met HBO Communicatie omdat het, hoewel verdomd interessant, qua werkgebied te ver af lag van waar ik me dagelijks mee bezig wilde houden, stopte ik in 2004 met HBO Grafimedia Technologie. De opleiding, in de markt gezet als een mix tussen IT, webdevelopment/design en print, bevatte teveel elementen die ik allang wist, andere elementen die me niet boeiden en elementen die, hoewel boeiend, niet de moeite waard waren om voor op een HBO-opleiding te blijven. "Ik kan dit zelf ook wel zonder opleiding", dacht ik. En ik had gelijk, bleek in de jaren erna. Dus. Lekker puh.

2004 was, daarom, ook het jaar waarin ik me bij de beroepsbevolking voegde. Ik ben na gestopt te zijn met m'n opleiding langzaam aan het zoeken gaan naar een baan en terecht gekomen bij SIM, waar ik de afgelopen jaren een hoop zaken heb kunnen doen die me liggen en links en rechts ook wat heb kunnen leren. Ik heb daar kunnen leren hoe het is om dagelijks aan de slag te zijn, geen tussenuren te hebben, je niet te hoeven bezighouden met vakken die je kostbare tijd opslokken maar je verder niets opleveren en gewoon iets nuttigs te doen in plaats van alles in theoretische en nagebootste situaties uit te werken.

2004 was daarom het jaar waarin ik van de jonge hond veranderde in iemand die ging werken voor z'n brood, en dat is een grote stap, een grote verandering. Ik weet nog dat ik echt schrok van hoeveel tijd een 40-urige werkweek eigenlijk kost. Of van hoeveel van mijn zuurverdiende centjes ik met de staat moest delen. Of dat je niet standaardmomenten in het jaar hebt waarop je vrij bent, maar dat je dat zelf kunt regelen, mits het binnen je vakantiedagen past. Inmiddels weet ik niet beter, natuurlijk, al is mijn situatie sindsdien wel veranderd. In 2006 ben ik van fulltime naar parttime gegaan om meer tijd te kunnen steken in andere projecten, en daardoor is mijn week er totaal anders uit gaan zien. Wat veel beter beviel overigens; niet de volle 40 uur bij dezelfde werkgever zitten houdt je blik op je werkgebied veel scherper en vergroot de afwisseling. Ik werk in Curaçao momenteel weer 40 uur voor dezelfde werkgever, maar volgend jaar, als ik weer in Nederland ben, wordt het weer dubbel-parttimen. Of nog verder opgebroken.

2004 was, wat mijn persoonlijke ontwikkeling betreft, dus helemaal niet zo'n slecht jaar. Het was echter ook een jaar dat in mijn persoonlijke kalender een donkere schaduw over zich heeft gekregen en omkaderd is met een dikke zwarte rand. Op maandagavond 28 juni 2004 overleed mijn moeder op de intensive care van het MCRZ Sofia in Rotterdam. Enkele dagen later nam ik definitief afscheid op haar begrafenis.

Het was raar en schokkend om mijn leven compleet ondersteboven gekeerd te zien worden. Ik was 23 en had ineens geen moeder meer. Ik woonde nog thuis, maar dat huis, mijn ouderlijk huis, werd al snel gewoon 'mijn huis' waarin ik alleen woonde. Totdat de verhuurder me er zonder pardon uitflikkerde, natuurlijk. "Jij bent niet onze huurder, dat was je moeder. Oprotten." Ik parafraseer, maar ik kan er nog pissig om worden.

De herinnering aan de verhuizing, waarin ik een tussenwoning met vijf kamers geheel leeg moest ruimen, waardoor mijn halve leven weer boven kwam drijven, werkt nog steeds niet op de lachspieren. Als je het huis verlaat waarin je bent opgegroeid, waarin je jaar in, jaar uit bent thuisgekomen na avondjes, weekendjes of weken weg, waar je veilig was voor alles, waar jouw spullen liggen, waar jouw bed staat in jouw zelf ingerichte kamer, waar je moeder je opwachtte, die zelfs toen je allang oud genoeg was nog opbleef als je laat thuis kwam, dan verlaat je een deel van je leven, van je jeugd. Dat geldt voor iedereen die 'uit huis' gaat, maar als je tegelijk ook dat huis schoon moet opleveren en je jouw huis, je thuishaven, helemaal leeg en verlaten ziet staan voel je je niet minder dan ontzield. Binnen de context, natuurlijk.

In de afgelopen vijf jaar ben ik helemaal gewend aan mijn nieuwe situatie. Of situaties. Ik was een werkende geworden, maar ook moederloos en vervolgens verhuisd. In 2005 (want ja, de verhuurder mag dan bot zijn geweest, ik kreeg wel de tijd om te verhuizen) betrok ik een appartementje in Rotterdam Delfshaven. Drie kamers, een keuken, een badkamer en zelf ingericht. Met spullen uit mijn ouderlijk huis, dat wel. Spullen die ik op een tafel na allemaal heb achtergelaten bij mijn volgende verhuizing, in 2007. Toen kocht ik een appartement in het centrum van Rotterdam, waar ik tot op de dag van vandaag blij mee ben. Ik merkte in dat jaar, en ook onlangs toen ik Willemstad kwam wonen, dat ik inmiddels niet zo'n probleem meer heb met een nieuw thuis moeten vinden. Geef me een kamer en ik vind m'n weg er wel. Heimwee heb ik hooguit naar mijn ouderlijk huis, maar dat is meer uit sentiment.

In 2004 vroeg ik me een hoop dingen af. Hoe ga ik het nu verder doen? Hoe gaat mijn leven eruit zien? In 2006 dacht ik: zal ik mijn moeder altijd zo blijven missen? Ben ik haar over 24 jaar misschien al vergeten, wanneer ik haar al de helft van mijn leven niet meer heb gekend?

In 2009 weet ik: ik herinner me haar nog. Levendig, of minder levendig, afhankelijk van de situatie. Ik denk nog regelmatig aan haar. Ik kijk af en toe naar boven en maak een opmerking, wetende dat ik gewoon tegen de blauwe lucht praat, maar met het gevoel dat ze me hoort. Ik maak af en toe een grap die zij zou hebben gemaakt, zonder dat mijn gesprekspartners dat door hebben. Ik zwijmel soms weg bij jeugdherinneringen aan vakanties in Ibiza met haar. Ik baal soms dat als ik ooit kinderen heb, zij niet die leuke oma voor ze kan zijn. Want dat zou ze zijn. En ik heb tranen in mijn ogen wanneer ik in een tekstje terugdenk aan de afgelopen vijf jaar.

Ik mag dus wel concluderen dat ze nog aanwezig is. Het cliché gaat dat je iemand van wie je houdt nooit verliest omdat die persoon altijd in je hart aanwezig is. Cheesy, maar waar. Ik ben wie ik ben, voor een groot deel door mijn moeder. Zij, zo gaat hetzelfde cliché, leeft voort in mij.

Het stelt me gerust te doen alsof ze me hoort, daar in de blauwe lucht. Doen alsof ze daar aanwezig is en me in de gaten houdt geeft me het idee dat ze mijn nieuwe leven niet mist. Mijn werk, mijn huis, mijn vrienden. Mijn leven sinds 2004. Mij. Dat ze er gewoon nog is.

Maar soms he, soms zou ik haar gewoon weer eens willen vasthouden.

Afgezien daarvan zijn de afgelopen jaren vijf hele leuke jaren geweest. Jaren waarin veel is veranderd, waarin ik veel heb geleerd en veel heb gedaan. Jaren die me vertellen dat ik nog veel te doen, te leren en te beleven heb. Dus op naar de volgende vijf. Ik kan niet wachten!

Reacties

Moniquewebsite

die laatste alinea over je moeder, moest ik even slikken. alsof je weet ik hoe me voel mbt mijn vader en moeder ... mooi stuk breuls, en veel succes in die komende vijf jaar én daarna

Sylvia •

Ik heb je moeder dan wel nooit ontmoet, maar als ik dit zo allemaal lees zal ze ongetwijfeld hartstikke trots op je zijn. Je doet wat je wilt doen, volgt je hart en je bent erg goed in wat je doet. En dat is trouwens iets waar je zelf ook best trots op mag zijn

Jo0Lzwebsite

Wow, wat een indrukwekkend stukje tekst.
Collega's zullen het wel raar vinden, dat ik hier met tranen in de ogen zit...

Reageren